Reflectie van cultuurregio’s bij BIS-aanvragen a

Bestu­ur­ders van de stedelijke regio’s zijn uitgen­odigd te reflecteren op de aan­vra­gen voor de lan­delijke basis­in­fra­struc­tu­ur 2021–2024 uit hun regio. Er wordt gere­flecteerd op de posi­tie van de aan­vrager in de regio en de aansluit­ing van de aan­vraag op het regio­profiel en ambities in de regio. 

In novem­ber 2018 hebben vijf­tien stedelijke regio’s hun regio­profiel aan de min­is­ter aange­bo­den. De profie­len zijn gedeeld met de Raad voor Cul­tu­ur en zijn een belan­grijke stap naar een betere samen­werk­ing en afstem­ming van cul­tu­urbeleid van het Rijk en regio’s. Gemeen­ten, provin­cies en het min­is­terie van Onder­wi­js, Cul­tu­ur en Weten­schap (OCW) co-financieren namelijk veel cul­turele instellin­gen die in Ned­er­land actief zijn.

Als onderdeel van deze hernieuwde samen­werk­ing heeft de min­is­ter van OCW de bestu­ur­ders van de stedelijke regio’s uitgen­odigd te reflecteren op de aan­vra­gen voor de lan­delijke basis­in­fra­struc­tu­ur 2021–2024 uit hun regio. De stedelijke regio’s ont­van­gen, als de instelling daar­toe toestem­ming heeft gegeven, de activiteit­en­plan­nen van de instellin­gen uit hun regio. De reflec­tie vin­dt plaats in de vorm van een brief aan de min­is­ter. In deze brief wordt gere­flecteerd op de posi­tie van de aan­vrager in de regio en de aansluit­ing van de aan­vraag op het regio­profiel en ambities in de regio.

Om de Raad voor Cul­tu­ur te kun­nen voe­den met infor­matie over regionale inbed­ding kun­nen behalve regio­profie­len ook andere rel­e­vante bron­nen wor­den gebruikt zoals vis­i­taties, (lokale) sec­tor­analy­ses, (deel) cul­tu­urbeleid op lokaal, provin­ci­aal of region­aal niveau mits het per­spec­tief van de stedelijke cul­tu­ur­re­gio als geheel lei­dend is.

De reflec­tie moet uiter­lijk op 15 maart 2020 door de min­is­ter zijn ont­van­gen. De min­is­ter stu­urt de reflec­ties aan de Raad voor Cul­tu­ur met het ver­zoek de reflec­ties te betrekken bij de beo­ordel­ing van de aan­vra­gen. Vanaf dat moment zijn de reflec­ties open­baar.

De Raad voor Cul­tu­ur weegt de reflec­tie van de stedelijke regio mee in zijn oordeel over het cri­teri­um geografis­che sprei­d­ing, zoals beschreven in het beo­ordel­ingskad­er (gepub­liceerd op 11 novem­ber 2019 op www.cultuur.nl). Ook de aan­vragers zelf dienen in hun aan­vraag in te gaan op hun bind­ing met de stedelijke regio waarbin­nen zij geves­tigd zijn. Dit betre­ft de wortel­ing van de instelling in de eigen stad en regio, maar gaat ook over de samen­werk­ingsver­ban­den van deze instelling met andere cul­turele of maatschap­pelijke organ­isaties in deze regio.

De reflec­tie van de stedelijke regio betre­ft geen beo­ordel­ing of advies vanu­it de regio. Ook geeft deze geen garantie op sub­si­die. De Raad voor Cul­tu­ur weegt alle vijf cri­te­ria uit de regeling tegen elka­ar af en komt zo tot een advies aan de min­is­ter. Het advies van de Raad voor Cul­tu­ur wordt op 4 juni gepub­liceerd.

Elke regio is ver­ant­wo­ordelijk voor eigen pro­ces. Eventuele vra­gen over de reflec­tie van de regio kun­nen aan de des­be­tr­e­f­fende con­tact­per­soon bin­nen de regio wor­den gesteld.