Meerjarensubsidies gepresenteerd

Mar­tin van Ginkel pre­sen­teerde namens de task­force Regio­profiel Cul­tu­ur Bra­bantStad de wijzigin­gen die na de input- en infor­matiesessie #2 van 12 sep­tem­ber in de regelin­gen zijn doorgevo­erd. De op elka­ar afgestemde regelin­gen van de Provin­cie, Bre­da, Eind­hoven, ’s‑Hertogenbosch en Tilburg zijn de afgelopen peri­ode vast­gesteld door  respec­tievelijk Gede­puteerde Stat­en en de raden en col­leges van des­be­tr­e­f­fende gemeen­ten.

Bek­ijk hier de pre­sen­tatie.

De aanvraagprocedure

Door het op elka­ar afstem­men van de vijf regelin­gen beperken we voor aan­vragers de admin­is­tratieve romp­slomp. Die hoeven hier­door niet vijf com­pleet ver­schil­lende processen te door­lopen, maar kun­nen bij Bre­da, ’s‑Hertogenbosch en Tilburg op dezelfde manier aan­vra­gen. Eind­hoven heeft een eigen regeling, maar hanteert wel dezelfde cri­te­ria en ter­mi­j­nen. Provin­cie en gemeen­ten geven alle­maal sub­si­die voor vier jaar en ook de inschri­jv­ing­ster­mi­jn zijn gelijk. Alle aan­vra­gen gaan via één loket en wor­den beo­ordeeld door een advi­escom­missie. Aan­vra­gen kan van 3 decem­ber aanstaande tot 31 jan­u­ari 2020.

Vraag hier aan

Tij­dens de infor­matiesessie gaf Elma Meuken van Provin­cie Noord-Bra­bant een toelicht­ing op het online aan­vraag­for­muli­er, de mod­ellen voor begrot­ing en dekkings­plan en voor het activiteit­en­plan. Het gebruik van de mod­ellen is ver­plicht. Het for­mat voor begrot­ing en dekkings­plan sluit gro­ten­deels aan bij het for­mat van OCW en het for­mat van Fonds Podi­umkun­sten.

Stand van zaken adviescommissie

De werv­ing voor de advi­escom­missie – bestaande uit een voorzit­ter en zestien leden – loopt; deze maand wor­den de laat­ste gesprekken met kan­di­daat-leden gevo­erd. Bij de selec­tie wor­den behalve inhoudelijke ken­nis en deskundigheid ook het lokale én regionale belang geborgd.

Vragen van deelnemers

Tij­dens de bijeenkomst was veel ruimte voor vraag en antwo­ord. We noe­men er hier een aan­tal.

  • Het aan­vraag­for­muli­er en de mod­ellen die ver­plicht zijn gesteld, wor­den als erg rigide ervaren. (Beeldend) kun­ste­naars zouden de mogelijkheid tot eigen vor­mgev­ing van de aan­vraag, of toch ten­min­ste het activiteit­en­plan, hebben gewaardeerd.
  • De dead­line van aan­vra­gen (30 jan­u­ari 2020), die gelijkgeschakeld is met de regeling van OCW, wordt als krap ervaren aangezien de Meer­jaren­sub­si­dies van Bra­bantStad pas op 3 decem­ber 2019 open­gaan. Het was fijn geweest als voor de organ­isaties die bij een rijks­fonds aan­vra­gen de dead­line van 1 maart 2020 was aange­houden. Dis is onmo­gelijk, gezien de inte­grale beo­ordel­ing die bij Bra­bantStad plaats vin­dt.
  • Er lev­en zor­gen of het eigen ver­mo­gen van instellin­gen zal wor­den gezien als bewi­js van gezonde bedri­jfsvo­er­ing, zoals dat bij het Mon­dri­aan Fonds het geval is of dat het vor­men van eigen ver­mo­gen juist ver­bo­den is of beperkt wordt.
  • Er wordt de zorg geuit dat met het voor­sorteren van bepaalde func­ties, organ­isaties die niet spec­i­fiek benoemd wor­den in de regeling min­der kans hebben bij het rijk of de rijks­fond­sen. In de regeling wordt nu onterecht zow­el finan­cieel als inhoudelijk te veel nadruk op de A- cat­e­gorie gelegd ten opzichte van de B‑categorie.
  • Er wordt gevraagd waarom de Provin­cie geen richtli­jn heeft gefor­muleerd met betrekking tot uur­tarieven in het kad­er van fair prac­tice. De task­force antwo­ordt dat richtli­j­nen voor bij voor­beeld uur­lonen om te vol­doen aan de nieuwe Fair Prac­tice Code uit de sec­tor zelf moeten komen in plaats van dat ze van bove­naf vastgesteld/opgelegd wor­den. Dit is namelijk ook dis­ci­pline-afhanke­lijk.